De Vereniging Dorpsbelangen Hoogland (VDH) heeft de gemeente Amersfoort een reactie gestuurd op de wijzingingsplannen voor Hoogland-West. Iedereen kan een dergelijke ‘zienswijze’ tot 17 november 2024 indienen.

B&W van de gemeente Amersfoort heeft aan Bureau Buiten gevraagd om op papier te zetten op welke manier Hoogland-West kan worden voorbereid op de toekomst. Dat is een lijvig rapport geworden waaraan jaren is gewerkt. De focus in de notitie ligt op een aantal belangrijke kenmerken van Hoogland-West, te weten: landbouw, natuur, bewoning en recreatie. Uiteraard speelt ook het cultuurhistorisch erfgoed (Grebbelinie) een rol in de plannen. Voor al die deelgebieden zijn weer kleinere projecten beschreven.

Indienen zienswijze

Vanaf maandag 7 oktober 2024 tot en met zondag 17 november ligt het Ontwerp Omgevingsprogramma ‘Hoogland-West’ -volgens geldende afspraken- ter inzage. Iedereen kan in die periode schriftelijk of mondeling reageren. De persoonlijke of gezamenlijk opgestelde zienswijze moet zijn gericht aan het college van burgemeester en wethouders.

De VDH heeft geconstateerd dat de plannen op 7 oktober nog niet beschikbaar waren om in te kijken. Dat kwam pas dagen later, na veel gezoek en gebel. En zelfs toen lagen er slecht matige afdrukken op A4-formaat waarop de erfgrenzen in het gebied nauwelijks zichtbaar waren.

De volledige brief van de VDH en ook het rapport van de gemeente zijn onderaan deze pagina te downloaden. We lichten er in dit artikel een paar kritische kanttekeningen uit.

Niet onderbouwde aannames

De VDH verzet zich tegen een paar niet onderbouwde aannames van de plannenmakers. Het rapport meldt bijvoorbeeld dat het aantal agrariërs in Hoogland-West zal afnemen en dat er stallen en andere bebouwing vrij gaan komen. De VDH stelt daar tegenover dat een landelijke tendens niet zomaar op Hoogland-West kan worden geplakt. De omstandigheden zijn anders. Zo behoort het gebied niet tot een stikstofgevoelige locatie. Er ligt namelijk geen enkel Natura-2000 gebied in de directe omgeving.

Scheiding tussen deelgebieden

Het rapport suggereert verder dat er een vrij strikte scheiding is tussen gebieden voor boerenbedrijven, recreatie en beschermde natuurgebieden. In werkelijkheid lopen die zones juist geleidelijk in elkaar over. Zo is de geschetste spanning tussen de bewoners en de recreanten zeker niet beperkt tot het noordelijk deel van Hoogland-West.

In het rapport worden de beoogde windmolens op Isselt niet beschreven, terwijl die zijn bedacht aan de rand van Hoogland-West en sterk conflicteren met de aanwezige weidevogelgebieden en de natuurlijke uitstraling van het gebied. De VDH vindt dat het rapport toeschrijft naar een gewenste ‘noodzaak voor alternatieve invulling’ en daarmee onzorgvuldig omgaat met de realiteit.

Tegen woningbouw

Voor de VDH is het onverdraaglijk dat de deur opengaat voor woningbouw in Hoogland-West. Het gebied moet ‘groen’ blijven. Dat staat overigens ook met zoveel woorden in het coalitie-akkoord. Het rapport van Bureau Buiten biedt wél ruimte voor het ‘inpassen van een stedelijk karakter in het landschap’.

Het is niet altijd duidelijk of de ‘omgevingsvisie’ slechts een denkbeeldige toekomstschets is, of dat er al voorstellen zijn afgestemd met landeigenaren. Zo zijn er wandel- en fietspaden ingetekend die nogal wat consequenties hebben voor de huidige infrastructuur en de verdeling van grond.

Extra ruimte voor landbouw

Tot slot vraagt de VDH zich hardop af of de gemeente eigenlijk wel oog heeft voor het agrarisch karakter van Hoogland-West. De steun voor de boerensector lijkt te ontbreken, terwijl (extra) ruimte voor landbouwgrond juist in dit gebied erg gunstig lijkt.

Een citaat:
“Hoogland-West is een van de meest gunstige gebieden vanuit oogpunt van de stikstofproblematiek, dus waar elders de mogelijkheden tot voortzetting van agrarische bedrijven beperkt worden, schept dit voor Hoogland-West juist kansen om de agrarische invulling in stand te houden. Met regelingen voor vrijkomende agrarische bebouwing zou dan terughoudend moeten worden omgegaan.”

Download hieronder de brief met de zienswijze van de VDH en het rapport van Bureau Buiten.