In Hoogland werkt een genootschap dat dateert uit de middeleeuwen. Het ‘College van de Malen op het Hoogland’ beheert al eeuwenlang land in gezamenlijk eigendom.

Deze club van grondeigenaren bestaat – in afgeslankte vorm- nog steeds. Dat blijkt uit de website van het College.

Een maalschap uit de middeleeuwen

De website van het college noemt zichzelf ‘Een zeer oud en voornaam college, welke malen al voor het jaar 1282 bekend zijn geweest’. In de middeleeuwen ontstond dit ‘maalschap’: een genootschap van boeren die de woeste gronden van de dorpsgemeenschap beheerde en ontgon. Elders heetten zulke genootschappen ‘marken’.

College van de Malen logoDe leden noemden zich ‘malen’. Zij hadden samen een flink stuk Hoogland in handen. Het maalschap van Wede en Emmeklaar besloeg zestien ‘hoeven’. Dat is ruim 500 hectare.

De malen deden zelfs overheidswerk tot ver in de achttiende eeuw. Zij hielden toezicht op de watergangen. Voor de afwatering bouwden zij een sluis: de Malesluis.

De wetgeving van de negentiende eeuw schafte deze bestuursvormen af. In Hoogland verdeelden de malen de grond niet. Zij hielden alles in gezamenlijk eigendom. De website stelt het trots: “De middeleeuwse maalschap bestaat nog steeds”.

Johan van Oldenbarnevelt was maal

Bodeteken College van de Malen

Bodeteken

Een bekende naam uit de geschiedenis is Johan van Oldenbarnevelt. De in Amersfoort geboren staatsman was ‘Malen geërfde’. Zijn naam staat onder besluiten uit 1593 en 1600 over het waterbeheer.

Een opvallend onderdeel van de traditie is ook het bodeteken. Dit zilveren teken dateert vermoedelijk uit de achttiende eeuw. Sinds 1910 ligt het in bruikleen bij Museum Flehite. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst haalt de bode het op. Hij draagt het teken wanneer hij de vergadering opent.

Ook het Malenzegel heeft een lange geschiedenis. Het oudste bekende zegel dateert uit 1329. Het toont Sint-Paulus met een zwaard en een boek.

Het bestuur

Het college kent nog altijd oude functies. Een rentmeester zit de jaarvergadering voor op Sint Margriet, 13 juli. Twee thinsmeesters houden zich bezig met de pachten. De bode kondigt om elf uur aan dat de vergadering begint. ‘Van alle bestuursleden verwacht men gevoel voor traditie en historie’, schrijft het college.

De huidige rentmeester is mr. drs. Aart Wilhelm Arnout Veldhuizen, voormalig notaris uit Amersfoort. De twee thinsmeesters brengen elk hun eigen kennis mee. Eén heeft een boerenbedrijf in Hoogland en beschikt over agrarische kennis. Hij mag geen pachter van de Malen zijn. De andere heeft kennis van het stedelijke domein. Ir. Joannes Gerardus Tolboom en ir. Tobias Balthazar van Baarsen vervullen deze functies.

De huidige bode is de heer Alfred Konijnenbelt. Hij verzorgt ook de secretariële ondersteuning en administratie.

De resterende landerijen

De belangrijkste inkomsten komen uit de verpachting van landerijen. Dat is meteen ‘de belangrijkste bestaansreden van de malen’.

Aan het einde van de twintigste eeuw verkocht het college een groot deel van zijn bezit, omdat de gemeente Amersfoort Hoogland annexeerde vanwege uitbreiding voor woningbouw. De Malen van Hoogland leeft sindsdien in afgeslankte vorm voort. Wat resteert zijn verspreide stukken grond in het Hooglandse buitengebied. Op de website staat een eigendommenkaart. De gronden liggen aan de Mgr. Van de Weteringstraat, in de polder Zeldert en rond de Netelenburch. 

Wie een malenportie bezit, kan toetreden. Sinds 1985 zijn ook vrouwen welkom. “Een mannenbolwerk was geslecht”, aldus het college.

Bron artikel en foto’s op de website van het college.