Wijkagent Arie Spruijt (63) komt precies op tijd het terras van café De Noot oplopen. Hij is in vol ornaat, met een portofoon op de schouder en een riem vol politie-attributen. Zijn donkerblauwe uniform valt behoorlijk uit de toon bij de andere gasten. Iedereen zit er licht en luchtig bij. ’t Is zo’n bloedhete middag in augustus. Het is onmogelijk om in deze kleding onopvallend een plekje te zoeken. Overal klinken vriendelijke groeten en er wordt uitbundig gezwaaid. Spruijt is duidelijk een bekende verschijning in het dorp.

door: Gerard Oonk

Stadse hectiek en landelijke schoonheid

We hebben afgesproken om eens terug te blikken op de bijna 20 jaar die Spruijt rondloopt in Hoogland. Zijn kennismakingsinterview met de Vereniging Dorpsbelangen dateert uit 2005. Dat is lang geleden. De hoogste tijd voor een gesprek.

Ik stel voor om te beginnen bij de start van zijn politieloopbaan, nog voordat Hoogland in beeld is. Arie Spruijt blijkt een makkelijke prater. Hij heeft weinig aanmoediging nodig.

“Eind jaren ’80 kwam ik van de opleiding. Ik wilde het liefst naar Amersfoort, want dat was een plaats met stadse hectiek én landelijke schoonheid. Die combinatie leek me wel wat. Jammer genoeg was er geen vacature vrij. In de stad Utrecht wel. Acht jaar later kon ik alsnog deze kant opkomen, eerst als wijkagent in Amersfoort-Zuid en daarna in Hoogland.”

Woorden zijn mijn wapens

Ik vraag of Spruijt die stadse hectiek niet mist in ons vriendelijke dorp. Hij schudt resoluut zijn hoofd. “Nee hoor, al die opwinding leek me vooral leuk toen ik nog jong was. Later merkte ik dat je tijdens de algemene surveillancedienst vaak bezig bent met brandjes blussen en pleisters plakken.” Hij ziet waarschijnlijk mijn verbaasde blik. “Nee, niet letterlijk hoor.” Hij lacht. “Ik bedoel dat alle contacten kort en vluchtig zijn. Dat bleek niet echt bij mij te passen. Ik wilde me ergens in vast kunnen bijten en de resultaten van mijn werk op een langere termijn zien.”

“In de functie van wijkagent heb je veel meer binding met een bepaald gebied en de mensen die daar leven. Je bouwt bijna vanzelf een band op. Dat past veel beter bij mij. Ik ben een sociaal mens en ik houd van communiceren. Ik zeg wel eens: ‘Woorden zijn mijn wapens’. Al dat spul aan mijn riem laat ik liever hangen.”

Tijd voor persoonlijke aandacht

Portretfoto van wijkagent Arie Spruijt bij dienstauto“Ook voor mij geldt natuurlijk dat ik me in eerste instantie bezighoud met de handhaving van de openbare orde en met criminaliteitsbestrijding. Dat zijn de primaire taken van de politie. Maar gelukkig is het criminaliteitscijfer in Hoogland vrij laag en ook met de ordehandhaving ben ik niet de hele dag bezig. Dat betekent dat ik wat meer tijd heb om persoonlijke contacten op te bouwen. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk om nazorg te verlenen aan bewoners waar is ingebroken. Of ik loop eens langs op plekken waar een burenruzie dreigt te ontstaan. Daar zijn eigenlijk andere organisaties voor, zoals slachtofferhulp en buurtbemiddeling, toch helpt het soms als ik gewoon even aanwip en belangstelling toon.”

Voldoende afwisseling

“Maar goed, ik rijd ook steevast naar de carpoolplaats bij de oprit naar de A1. Dat is echt een plek om in de gaten te houden. Er gebeuren soms dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Dan ben ik dus echt bezig met de kerntaken van de politie.”

“Oh ja, je kunt me eind augustus ook regelmatig vinden bij de lagere scholen in het dorp. Daar spreek ik ouders aan als ze hun auto’s verkeerd parkeren, of als ze te roekeloos rijden in de buurt van al die kinderen. Kortom: er zit meer dan voldoende afwisseling in mijn baan.” Spruijt is even stil en gaat wat serieuzer verder.

“Je weet waarschijnlijk wel dat de politie in de loop der jaren zakelijker is geworden en capaciteitsproblemen heeft. We hebben een aantal taken afgestoten. De consequentie is dat ik minder betrokken ben bij de grotere evenementen, zoals het Dorpsfeest, of de carnavalsoptocht. Dat is best jammer, want juist dat zijn de momenten waarop je meekrijgt wat er speelt in deze buurt.”

Sociale samenhang

“Gelukkig hoor ik veel tijdens mijn ritten door Hoogland. Ik ben hier drie of vier keer per week. De rest van mijn tijd zit ik op het hoofdbureau in Amersfoort. Daar lees ik de mail. Dat doe ik altijd aan het begin van mijn dienst. Dan ga je op pad met actuele informatie.”

“Laat ik een voorbeeld geven. De laatste tijd worden er veel accu’s van elektrische fietsen gestolen. Dat hoor ik in persoonlijke gesprekken, of via de mail en veel minder via de officiële weg. Vreemd genoeg wordt er namelijk maar heel beperkt aangifte gedaan van dat soort diefstallen. Waarschijnlijk denken de mensen: ‘De politie doet er toch niks mee’. Dat snap ik wel, want we kunnen niet alles doen wat we zouden willen. Toch is mijn advies: doe áltijd aangifte, want zonder melding kan ik in ieder geval niks beginnen.”

“Overigens lossen Hooglanders zelf ook veel op. Dat is het mooie aan dit dorp. De sociale samenhang is enorm groot. Mensen letten op elkaar. Zo kreeg ik ooit te maken met een jonge knul die dreigde te ontsporen in het gezin. De organisatie van het Dorpsfeest heeft die jongen onder haar hoede genomen en goede afspraken met hem gemaakt. Probleem opgelost. Zo kan het ook.”

Net geen jubileum als wijkagent

“Dat jubileum van 20 jaar in Hoogland ga ik niet volmaken hoor”, zegt Spruijt. “In 2024 ga ik met pensioen. Een beetje jammer is dat wel, maar ach, twintig is maar een getal. Sinds de jaren ’80 ben ik bij de politie en de laatste 17 jaar hier als wijkagent. Ik heb een fantastische tijd gehad. Politiewerk is het mooiste wat er is, én Hoogland is een heerlijk dorp. Ik kijk terug op een prachtige tijd.”